Het leven van arbeiders in Indonesische kledingfabrieken

De textielindustrie is belangrijk voor de Indonesische economie en werkgelegenheid. Grote kledingmerken als Nike, Adidas, Zara en H&M laten hun kleding in Indonesië maken. De Britse krant The Guardian heeft een uitgebreid artikel gewijd aan de Indonesische kledingfabrieken en vooral het leven en de omstandigheden van de arbeiders, op basis van gesprekken met werknemers van een fabriek waar kleding van het merk van Ivanka Trump gemaakt wordt.

Belang voor de economie

Kledingfabriek Indonesie 1

Naar schatting driekwart van de arbeiders in Indonesische kledingfabrieken is vrouw. Foto: ILO/Better Work Indonesia.

Volgens het statistisch bureau BPS wordt er jaarlijks voor zo’n 7,5 miljard dollar aan kleding geëxporteerd uit Indonesië (waarvan voor ruim 100 miljoen dollar naar Nederland en 150 miljoen dollar naar België). Daarmee is de export van kleding zo’n 5,7% van de totale Indonesische exportwaarde (exclusief olie en gas). Inclusief leerproducten, schoenen en overig textiel (zoals beddengoed en halffabrikaten van kleding) is de exportwaarde zelfs meer dan 13 miljard dollar. Meer dan 1,3 miljoen Indonesiërs werken in kledingfabrieken, waarmee het een belangrijk onderdeel is van de industrie en de werkgelegenheid. De meeste kledingfabrieken staan op het eiland Java, vooral rondom Jakarta, met daarnaast een concentratie op het eiland Batam (vlakbij Singapore). De textielindustrie is ook een van de strategische sectoren in het economische masterplan voor Java.

Stijgende minimumlonen

In de afgelopen jaren (vooral sinds 2013) zijn vooral in en rondom Jakarta de minimumlonen flink gestegen. Zo steeg het minimumloon in Jakarta in 2012 plotseling met 44% van 1,53 miljoen naar 2,2 miljoen rupiah. Nu, 4 jaar later, is het minimumloon nog veel hoger met ruim 3,35 miljoen rupiah. Omgerekend in euro’s is dit € 235 per maand: naar Europese maatstaven natuurlijk nog steeds erg laag. Echter, de substantiële stijging van het minimumloon zorgt er wel voor dat kledingfabrieken ervoor kiezen om te verplaatsen naar regio’s met een lager minimumloon, zoals Centraal- of Oost-Java of de delen van West-Java die op grotere afstand van Jakarta liggen. In deze gebieden liggen de minimumlonen nog rond de € 100 per maand. Ook kiezen sommige kledingfabrikanten ervoor om productie over te hevelen naar landen met nog lagere lonen, zoals Bangladesh.

Leven van de arbeiders

Worker holds part of a pair of trousers at PT Trisula Garmindo Manufacturing in Bandung

Arbeiders werken vaak veel onbetaalde overuren. Foto: The Jakarta Globe.

Ondanks de stijgende minimumlonen zijn de salarissen nog steeds zeker geen vetpot. De organisatie Labour Behind the Label heeft uitgerekend wat een ‘behoorlijk loon’ (living wage) is in Indonesië. Een behoorlijk loon zou genoeg moeten zijn voor een gezin van 2 volwassenen en 2 kinderen om van te leven. In Indonesië is hiervoor 4.684.570 rupiah nodig, ruim meer dan het minimumloon in Jakarta en meer dan drie keer zo veel als het minimumloon in andere delen van Java. En dan zijn er natuurlijk nog de fabrieken die sowieso minder betalen dan het minimumloon. De overheid heeft er vaak weinig grip op doordat de fabrieken met meerdere onderaannemers werken, werknemers vaak geen contract hebben en lonen in plaats van maandelijks vaak dagelijks of wekelijks contant worden uitbetaald. Naar schatting is ongeveer driekwart van de arbeiders in de textielfabrieken vrouw.

Volgens de Indonesische ‘Trade Union Rights Centre’ worden overuren vrijwel nooit uitbetaald. De fabrieken zetten vaak doelen voor hun werknemers van het aantal kledingstukken per uur dat ze moeten verwerken. Als die (onrealistische) doelen dan niet gehaald worden wordt dat als reden aangehaald om de overuren niet uit te betalen. Zo krijgt een werknemer bijvoorbeeld een doelstelling mee van 140 kledingstukken per uur, terwijl in de praktijk maar 1 per minuut mogelijk is.

In de kledingfabriek in Subang…

Ivanka Trump

Veel van de kleding van Ivanka Trump wordt gemaakt in Subang.

De Britse krant The Guardian heeft gesproken met arbeiders in kledingfabriek PT Buma Apparel Industry in Subang in de Indonesische provincie West-Java. In deze fabriek wordt onder andere geproduceerd voor het kledingmerk van Ivanka Trump, de dochter van de Amerikaanse president. Subang ligt ruim 100 kilometer ten oosten van Jakarta. Het minimumloon in het regentschap Subang (2017) is 2,3 miljoen rupiah (€ 154) per maand.

De arbeiders vertellen over de zware omstandigheden. Een getrouwd stel, beiden werkend voor de kledingfabriek, woont samen in een kleine kamer in een kosthuis, waarvan de huur zo’n € 27 per maand is. Ze hebben twee kinderen, maar kunnen het zich niet veroorloven dat een van hen thuisblijft. De kinderen wonen daarom bij hun oma, en de ouders hebben net genoeg geld om een keer per maand de benzine te betalen om per scooter de paar uur naar hun kinderen te overbruggen voor een weekend samen. Dat Ivanka Trump onlangs een boek heeft gepubliceerd (‘Women Who Work’) over vrouwen op de werkvloer en balans tussen werk en privéleven klinkt in vergelijking hiermee als een slechte grap.

De medewerkers die The Guardian heeft gesproken zijn allemaal tegen de ideeën van Donald Trump, niet vreemd in een gebied waar 90% van de inwoners moslim is. Ze kunnen er echter niets aan veranderen dat ze kleding voor zijn dochter moeten maken: “We zijn niet in de gelegenheid om een baankeuze te maken op basis van onze principes.”

“Natuurlijk ben ik trots om kleding te maken voor een bekend merk. Maar omdat ik de prijskaartjes zie vraag ik me toch af, kunnen ze ons niet iets meer betalen?”
Fadli, medewerker van PT Buma Apparel Industry in Subang

De conclusie van The Guardian is dat er bij de fabriek in Subang geen zware misstanden zijn: de werknemers krijgen het minimumloon uitbetaald, er wordt betaald voor het ziekenfonds en de fabrieksruimtes hebben airconditioning. Toch is duidelijk dat de werktijden veel te lang zijn (onbetaalde overuren) en dat het loon geen ‘behoorlijk salaris’ is, aangezien de werknemers het niet kunnen veroorloven om zelf voor hun kinderen te zorgen. Volgens de Indonesische wet hoeven vrouwen niet te weken tijdens de eerste en tweede dag van hun menstruatie. De fabriek in Subang geeft vrouwen een bonus van zo’n € 9 per maand als ze toch doorwerken.

Volgens een lokale vakbond gebeurt het vaak dat werknemers ontslagen worden vlak voordat ze recht zouden hebben op bijvoorbeeld een bonus of zwangerschapsverlof. Zo werden er in mei 2017 zo’n 290 van de 2.759 werknemers ontslagen, vlak voor de ramadan. De ramadan is in Indonesië het moment dat men in Indonesië recht heeft op vakantiegeld.

Bronnen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s